
Hoeveel houd je over van je vermogen? Welk inkomen heb je straks nodig? En wat zijn de nieuwe plannen rondom box 3 en pensioen? De plannen rond Prinsjesdag 2026 raken verschillende onderdelen van je financiële toekomst.
We zetten de belangrijkste ontwikkelingen op een rij en leggen uit waar wij bij MasterPlanning op letten. Daarbij maken we onderscheid tussen nieuwe voorstellen en eerder vastgestelde veranderingen.
Box 1: veranderingen in wat je netto overhoudt
Naast de belasting op vermogen veranderen volgens de plannen ook de tarieven in box 1. Hieronder vallen onder meer salaris, AOW, aanvullend pensioen en lijfrente-uitkeringen. Voor iedereen die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt worden de volgende box 1 tarieven per 1 januari 2027 voorgesteld:
| Belastingschijf | Tarief 2026 | Tarief 2027 |
| Eerste | 35,75% | 36,23% |
| Tweede | 37,56% | 38,16% |
| Derde | 49,50% | 49,50% |
Ook de schijfgrenzen verdienen aandacht. De grens tussen de eerste en tweede schijf stijgt beperkt en de grens voor de derde schijf blijft gelijk. Daardoor kan bij een stijgend inkomen een groter deel tegen een hoger tarief worden belast.
Voor AOW-gerechtigden geldt in de eerste schijf een lager tarief, omdat zij geen AOW-premie meer betalen. Voor 2027 wordt hiervoor 18,33% genoemd.
Ook veranderen er verschillende heffingskortingen: de kortingen op de belasting die je moet betalen. Volgens de plannen stijgen de algemene heffingskorting en de arbeidskorting in 2027. Daartegenover staat een verlaging van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de ouderenkorting.
De gevolgen verschillen dus per huishouden. Hogere heffingskortingen kunnen de stijging van de belastingtarieven gedeeltelijk opvangen, terwijl lagere kortingen juist tot minder netto-inkomen kunnen leiden.
Opmerking vanuit ons:
Wat opvalt, is dat wijzigingen in belastingtarieven veel aandacht krijgen, terwijl ook heffingskortingen merkbaar doorwerken in de portemonnee. Afhankelijk van je inkomen en de kortingen waarop je recht hebt, kunnen veranderingen daarin zelfs een grotere invloed hebben op je netto-inkomen dan de tariefaanpassingen.
Box 3: een hogere vrijstelling, maar nog onzekerheid
Het belastingtarief in box 3 blijft volgens de plannen in 2027 36%. Dit percentage wordt berekend over het belastbare rendement, niet over je volledige vermogen. Het heffingsvrije vermogen binnen de forfaitaire berekening stijgt naar € 60.098 per persoon, of € 120.196 voor fiscale partners samen.
Ondertussen is de verdere besluitvorming over het nieuwe stelsel op basis van werkelijk rendement uitgesteld. Het is daardoor nog onzeker hoe het nieuwe box 3-stelsel eruit gaat komen te zien en wanneer het ingaat. Voorlopig blijven daarom de huidige regelingen nog van toepassing.
Plannen rondom de AOW-leeftijd
De AOW-leeftijd bedraagt in 2027 67 jaar en in 2028 tot en met 2031 67 jaar en drie maanden. Deze leeftijden zijn al eerder vastgesteld.
De AOW-leeftijd is al gekoppeld aan de levensverwachting. Het kabinet wilde vanaf 2033 overstappen op een volledige koppeling, waardoor de AOW-leeftijd sneller zou meestijgen. Dat plan kreeg onvoldoende steun. De bestaande koppeling blijft daarmee het uitgangspunt.
De pensioentransitie vraagt nu voorbereiding
Uiterlijk per 1 januari 2028 moeten pensioenregelingen voldoen aan de Wet toekomst pensioenen. Werkgevers moeten hun regeling tijdig aanpassen. Voor deelnemers zijn vooral het verwachte pensioeninkomen en de voorzieningen voor nabestaanden belangrijk.
Ontvang je informatie over de overgang? Kijk dan wat die betekent voor jouw plannen: past het verwachte inkomen bij je gewenste pensioendatum en weet je wat je partner ontvangt bij overlijden?
Daarnaast liggen er voorstellen rond pensioenverdeling bij scheiding, wezenpensioen en overdracht van kleine pensioenpotjes van vóór 2018. Deze zijn nog afhankelijk van verdere besluitvorming.
Pensioenopbouw bij hogere inkomens begrensd
Het maximale salaris waarover je met belastingvoordeel pensioen mag opbouwen blijft volgens de plannen de komende jaren gelijk. Deze grens bedraagt € 137.800. Verdien je meer, dan telt het inkomen boven die grens niet mee voor deze pensioenopbouw.
Deze inkomensgrens werkt ook door naar de fiscale ruimte voor lijfrente. Bij de berekening van de jaarruimte wordt namelijk eveneens uitgegaan van een gemaximeerd inkomen. Hierdoor levert inkomen boven deze grens niet méér fiscale ruimte op voor aanvullende opbouw via een lijfrente.
Door de grens te bevriezen terwijl salarissen wel stijgen, kan een groter deel van je inkomen boven de grens uitkomen. Je pensioenopbouw groeit daardoor niet volledig mee met je salaris.
Onze kijk op de plannen:
Momenteel worden er nog geen echte wezenlijke veranderingen doorgevoerd en maar aan wat kleine knoppen gedraaid. Wat wel duidelijk is is dat de overheid steeds verdere beperkingen doorvoert doormiddel van het schrappen van aftrekposten en het verminderen van belastingkortingen. Hierdoor leggen zij meer de verantwoordelijkheid bij uzelf en dient u goed te kijken naar de fiscale mogelijkheden die er momenteel nog wel voor u beschikbaar zijn.
Hoe doet u dat nou precies?
Wij hebben hiervoor ons Personal Family Office die u niet alleen bij de fiscaliteiten maar vooral bij het totale financiële plaatje probeert te ontzorgen. Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen? Neem dan contact op met ons kantoor!